← Home
VARAgids nr. 3, 2025
Panic Room - David Fincher

'Nog een keer,' klinkt het op de set. Hoofdrolspeler Jodie Foster zucht hoorbaar als ze voor de vijftigste keer haar handtas neerzet. Het lijkt een simpele handeling, het neerzetten van een tas, how hard can it be? Maar voor regisseur David Fincher is elke actie, hoe klein ook, belangrijk. In de making of-documentaire van zijn film Panic Room (2002) is te zien hoe hij de cast tot het uiterste drijft. Waar een andere regisseur tevreden is met drie of vier takes, deinst Fincher er niet voor terug om een scene tientallen, soms honderden keren over te doen. Hij is ervan overtuigd dat door die herhaling, de acteurs zichzelf 'vergeten' waardoor op zeker moment de natuurlijke beweging terugkomt. Het intrigerende is tegelijkertijd dat Finchers werk niet bepaald 'naturel' of 'spontaan' te noemen is. Het is misschien meer een vorm van gecontroleerde spontaniteit.

Fincher, die opgroeide in Marin County, vlakbij San Francisco, was als vroeg geobsedeerd met perfectie. Zijn buurman, George Lucas (Star Wars) zag wel wat in zijn leergierige buurjongen en toen hij een tiener was, mocht hij bij diens special effectsbedrijf Industrial Light & Magic komen werken. Hier leerde hij de fundamenten van filmtechniek. Een formele opleiding genoot Fincher niet. Via het regisseren van muziekvideo's (waaronder het iconische 'Vogue' van Madonna) kwam hij in Hollywood terecht. Daar ging hij al direct in de superleague spelen met de regie van Alien 3 (1992). Al werd dit door de constante studiobemoeienis niet zijn gedroomde debuut. De producers herschreven dagelijks, zonder overleg het script, negeerden systematisch zijn regiekeuzes en ondermijnden zijn gezag op de set. Fincher moest toezien hoe zijn film stukje bij beetje uit zijn handen werd genomen. De ervaring was zo traumatisch dat hij jaren later nog steeds moeite heeft om over deze film te spreken.

Maar commercieel gezien werd Alien 3 een succes en Fincher kreeg bij zijn volgende film, Se7en (1995), wel de vrijheid om zijn visie te volgen. In die thriller, over twee detectives (Morgan Freeman en Brad Pitt) die op jacht zijn naar een seriemoordenaar, wordt zijn kenmerkende stijl duidelijk zichtbaar. Fincher, die in een interview met The Guardian destijds zei 'geinteresseerd te zijn in films die littekens achterlaten,' liet met Se7en niet alleen een litteken achter, maar vooral een stempel: zijn bijna obsessieve aandacht voor detail zit er al in, de technische precisie en zijn zo kenmerkende kleurenpallet met grijze en blauwe tinten. Hoewel hij nog niet zoveel takes zou opnemen als later (gemiddeld negen of tien, hij had wel meer gewild, maar had nog niet het gezag om meer te eisen) schemerde zijn perfectionisme er in alle toonaarden doorheen.

Se7en werd niet alleen een (onverwachte) boxoffice-hit maar kreeg ook lovende kritieken; Fincher werd Hollywoods golden boy. Hierdoor kon hij vier jaar later dan eindelijk echt losgaan. Fight Club (1999) zou een productionele marathon worden met vierhonderd scenes verspreid over honderd locaties. De scenes werden keer op keer opnieuw opgenomen. Beroemd is bijvoorbeeld de scene waarin Edward Norton zichzelf slaat. Fincher liet Norton zichzelf echt pijn doen, om het zo realistisch mogelijk te doen lijken.

Na Fight Club zocht Fincher naar een 'rustiger' project en kwam voor zijn vijfde film uit bij een scenario dat zich op een locatie afspeelde en waar het narratief tamelijk rechttoe rechtaan was. Panic Room gaat over een moeder en dochter die zich tijdens een inbraak verstoppen in hun panic room. Fincher vluchtte weer in zijn perfectionisme. Hij plande elke opnamen tot in de details en koos elke camerahoek zorgvuldig. In de studio werd een compleet herenhuis nagebouwd en elk shot werd vooraf computermatig gepland. Het project legde Finchers compromisloze werkwijze bloot — na twee weken verliet cameraman Darius Khondji (die ook Se7en filmde) gefrustreerd de set omdat Finchers controledrang geen ruimte liet voor artistieke inbreng.

Hoewel Se7en en Panic Room technisch knap in elkaar steken, leggen ze ook wel de zwaktes in Finchers werkwijze bloot. In Se7en zijn Morgan Freeman en Brad Pitt weliswaar perfect geplaatst in elk frame, maar hun karakters blijven relatief vlak. Hun privellevens, hun drijfveren en zelfs hun reacties op de moorden voelen allemaal ondergeschikt aan de uitgekiende plot. Deze afstandelijkheid is nog beter zichtbaar in Panic Room. Jodie Foster krijgt weinig ruimte om wat emotionele nuance aan haar karakter te brengen, doordat haar rol vooral bestaat uit rennen, verstoppen en angstig kijken.

Panic Room markeerde een keerpunt in Finchers carriere — het was zijn laatste film die op traditionele film werd opgenomen. Met de overstap naar digitaal verdwenen de praktische beperkingen van duur filmmateriaal. In dit nieuwe digitale tijdperk kreeg hij de vrijheid om zijn perfectionistische neigingen volledig te volgen. Bij latere producties zoals Zodiac (2007) en Gone Girl (2014) nam het aantal takes exponentieel toe. Het leidde tot wat acteurs beschrijven als een 'cultachtige' ervaring, waar het normale ritme van filmproductie plaatsmaakte voor een eindeloze reeks herhalingen.

Ondank dat dwangmatige perfectionisme blijven acteurs en filmmakers toch graag met Fincher werken. Wat hem onderscheidt van andere veeleisende regisseurs is zijn vermogen om acteurs gedurende dit intensieve proces te blijven begeleiden. Zo geeft hij concrete, bruikbare feedback die acteurs helpt om 'natuurlijke' momenten te vinden. Deze betrokken aanpak maakt het eindeloze herhalen dragelijker en zelfs waardevol. Sommigen zien zijn veeleisendheid zelfs als een voordeel. In een industrie waar acteurs vaak meer tijd thuis doorbrengen dan voor de camera, biedt Finchers methode de zeldzame kans om urenlang te acteren en een rol tot in de kleinste details te verkennen. Zo wist Fincher zelfs uit een simpele handeling als het neerzetten van een tas, dankzij honderden herhalingen, iets fascinerends te creeren. Let er maar eens op.